Opleiding » Opbouw

Opbouw van de opleiding
De masteropleiding Leren en Innoveren duurt twee jaar. Elk semester werk je volgens deze drie programmalijnen:

  1. Leren en innoveren - ontwikkeling theoretische concepten en veranderkunde;
  2. Innoveren en onderzoeken - onderzoek als innovatiestrategie;
  3. Professionaliseren en leiding geven - persoonlijke ontwikkeling en leidinggeven.

Aan elke periode zijn praktijkopdrachten verbonden. Deze opdrachten worden individueel door de student uitgevoerd in de eigen schoolorganisatie.

Indeling van de studie
In het eerste jaar werk je het hele eerste semester aan een werkplan voor een professionele leergemeenschap in je school. Verder maak je een organisatie- en contextanalyse en formuleer je de schoolvernieuwingsvraag. In het tweede semester werk je het theoretische kader van het innovatieontwerp uit. Je eigen professionele ontwikkeling staat centraal.
In het tweede jaar ga je met je onderzoek in de praktijk aan de slag, in samenwerking met je collega’s, waarbij de uitvoering en verslaglegging van het innovatieproject centraal staan. Je sluit je opleiding af met de masterthesis en het portfolio waarin je je professionele ontwikkeling beschrijft.
De praktijkopdrachten die je elk semester krijgt maak je individueel en voer je binnen je eigen schoolorganisatie uit.

3 Programmalijnen

1. Leren en innoveren
Voor de theoretische verdieping wordt aandacht besteed thema’s op verschillende gebieden. Je verdiept je in de onderwerpen die relevant zijn voor projecten in jouw (school)praktijk. Daarvoor doe je literatuuronderzoek ten behoeve van de schoolontwikkelingsvraag die aan het begin van je master in een tripartiete overeenkomst is vastgelegd. De themagebieden zijn:

  • kennistheorieën;
  • ontwikkelingspsychologie;
  • leren en instructie;
  • collectief leren;
  • opvattingen over onderwijsinnovatie en onderzoek;
  • onderzoeksmethodologie;
  • pedagogische theorieën;
  • literatuur over de school en haar maatschappelijke context.
  • veranderkunde

In deze leerlijn kunnen de studenten zich ruimschoots verdiepen in onderwerpen die relevant zijn voor projecten in hun eigen (school)praktijk. In het kader van deze programmalijn doet de student literatuuronderzoek ten behoeve van de schoolontwikkelingsvraag die aan het begin van de master in een tripartiete overeenkomst is vastgelegd.


2. Innoveren en onderzoeken
Centraal staat onderzoek als leer- en innovatiestrategie. Je onderzoekt je eigen context met het oog op het veranderen ervan: leren én innoveren. De benadering van onderzoek als leer- en innovatiestrategie loopt als een rode draad door de hele opleiding.

3. Professionaliseren en leidinggeven
Hierbij ontwikkel je inzicht in je eigen professionele identiteit en opvattingen, overtuigingen en waarden die je daaraan geeft. Dit is bedoeld om te leren om systematiek en transparantie te verbinden met vragen op het gebied van zingeving. Het nodigt ook uit om een moreel standpunt in te nemen ten aanzien van het onderzoek en de opbrengsten ervan. Verder komt het ontwikkelen van leidinggeven ruim aan de orde.

Wat leer je?
Na de opleiding kun je onderwijsvernieuwingen systematisch vormgeven:

  • op basis van kennis vanuit de wetenschappelijke en reeds bestaande praktijken (extern referentiekader);
  • in combinatie met onderzoek in de eigen praktijk, wat werkt er op onze school (praktijkonderzoek)?;
  • passend bij de opvattingen van jezelf en collega’s binnen de school (professionele identiteit);
  • zowel binnen de eigen lespraktijk als samen met collega’s (individueel en collectief).

Welke kwalificaties verwerf je?
Als master:

  • Initieer je en geef je leiding aan een onderwijsontwikkeling op basis van inhoudelijk gezag (zowel in het eigen primair proces als bij collega’s en op schoolniveau) en je begeleidt collega’s daarin;
  • Initieer je de ontwikkeling van de professionele identiteit voor jezelf, voor collega’s en op schoolniveau;
  • Werk je op een transparante en systematische wijze aan onderwijsontwikkelingsprojecten (resultaatgericht, lange en korte termijn verbindend);
  • Ontwikkel je je referentiekader blijvend door onder andere het onderhouden en zoeken van netwerken, het bijwonen van conferenties en het bestuderen van literatuur;
  • Draag je  bij aan de ontwikkeling van de beroepsgroep (bijvoorbeeld door publicaties, door workshops of door colleges);
  • Heb je een onderzoekende houding, waarin integratie van kennis binnen specifieke contexten tot nieuwe vragen leidt;
  • Verantwoord je je handelen, zowel qua resultaten, methodisch, inhoudelijk als procesmatig, en communiceer je daarover met relevante doelgroepen binnen en buiten jouw schoolorganisatie.

Meer informatie?
Lees de Brochure Master Leren en Innoveren en kom naar de voorlichtingsavond.